Interview voor Eva Magazine

Voor Eva Magazine ben ik onlangs geinterviewd over het leven met de chronische ziekte van Lyme. Hierbij het artikel.

Charlie (37) heeft geaccepteerd dat hij nog maar op zeventig procent van zijn kunnen zit – hij geniet weer volop van het leven, zij het binnen grenzen.

“Vanaf mijn tienerjaren heb ik meerdere tekenbeten gehad, maar ik heb nooit een rode kring gezien. Vanaf 2006 voelde ik me vaker moe en was ik grieperig. In die tijd liep ik ook een tropisch virus op in Zuid-Oost Azië, waar ik niet bovenop kwam – mijn klachten werden afgedaan als ‘restklachten’. Maar elk jaar ging ik achteruit, totdat mijn pijn ondraaglijk werd. Ik had spier- en gewrichtspijn, zenuwpijn en migraines.

Ik maakte mijn studie af, maar stopte met voetballen, hardlopen en mijn bijbaantje. De huisarts stuurde me door naar de internist; daar kwam uit dat ik het chronisch vermoeidheidssyndroom had, samen met ME. Bij de een helpt psychische therapie, de ander groeit er zelf overheen, zeiden ze. Maar het moet toch ergens vandaan komen?

Ik voelde dat het niet klopte. In 2013 werd mijn bloed getest in verschillende laboratoria, waaronder in Duitsland. Daaruit bleek dat ik de Borrelia-bacterie had, met co-infecties – en het zat al jaren in mijn systeem. De artsen hier hebbben aanvaard dat ik de ziekte van Lyme heb, maar buiten antibiotica konden ze niets voor me doen.

Bij mij sloegen de antibioticakuren niet aan. Toen ben ik het in de alternatieve hoek gaan zoeken. Van orthomoleculaire tot energetische therapieën, acupunctuur en infusen. Iedere keer leek het even aan te slaan, maar eindigde ik alsnog ziek in bed. Tussendoor kreeg ik meerdere andere kwalen, zoals een blindedarmontsteking en teelbalkanker, dus er liepen dingen door elkaar heen.

Wat Lyme betreft zette ik in 2017 de knop om: ik ben ziek, en accepteer dat ik nog maar op zeventig procent van mijn kunnen zit. Ik stopte met behandelingen en medicatie. Ik heb nog steeds pijn- en vermoeidheidsklachten, maar ik heb het onder controle. Ik moet niet teveel over mijn grenzen heen gaan.

Accepteren dat je niet meer beter wordt, voelt als rouw. Dat is een proces van enkele jaren geweest. Ik heb afscheid moeten nemen van wat voor mijn gevoel mijn identiteit was, mijn toekomstdromen – ik had wel een gezin willen beginnen. Ik ben een paar jaar uit de roulatie geweest, een tijd waarin mijn vrienden huizen gingen kopen en banen hadden. Maar doordat ik zo diep ben gegaan, ben ik het leven meer gaan waarderen. Ik vier het leven nu met mensen die me lief zijn, ik werk fulltime en ben op een goede manier druk. Mentaal ben ik niet meer met ziek-zijn bezig. Maar de Nederlandse winters zijn zwaar: nu ben ik aan het uitzoeken of ik deeltijds in Spanje kan wonen. Ik hoop dat dat laatste puzzelstukje op zijn plek gaat vallen, en ik zorgeloos kan blijven leven.”